Hoe ga je evalueren tijdens WO? Bekijk je enkel het product? Of kijk je enkel naar het proces? Veel vragen die ik in het begin van het jaar had. Tijdens de lessen werd dit thema af en toe bovengehaald, met als gevolg toch wel enkele inzichten.
Volgens mij is het belangrijk om een middenweg te vinden tussen proces en product. Ze zijn allebei enorm belangrijk, dus er moet met beide rekening gehouden worden.
Ook ben ik van mening dat niet elk kind op dezelfde manier mag worden geëvaueerd (niet even streng). Je moet rekening houden met hen individuele 'ikje' van elke leerling. De beginsituatie in achting nemen als je evalueert. Is er verbetering, maar is het nog niet wat moet het zijn? Dan moet het kind toch een goed punt krijgen vind ik. Hoe gaat het anders ooit gemotiveerd zijn om nog meer zijn best te doen? Nu heb je een nieuwe beginsituatie voor de volgende evaluatie.
Je moet ook telkens rekening houden met alle externe factoren. Bij verbetering of verslechtering kan je eerst stilstaan bij je eigen lesgeven: heb ik het niet goed uitgelegd? Was deze les te gemakkelijk? Ook kijken naar de thuissituatie van het kind en dergelijke.
Evalueren zal altijd een complex en bediscussieerbaar punt blijven, en elke leerkracht moet zijn weg er in vinden. Maar het belangrijkste is dat je naar het geheel kijkt, niet enkel naar het product én dat je elke leerling apart evalueert. Af en toe een 'waarom-vraag' stellen bij dingen die opvallen zal ook nooit slecht zijn...
Nena is mijn naam, en juf is iets dat ik daar graag bij hoor (tijdens het schooljaar, niet tijdens de vakantie). Ik studeer voor leerkracht lager onderwijs, en dus studeer ik ook om WO (wereldoriëntatie) te mogen geven. Om mijn groeiproces in dit vak te kunnen volgen vroeg mijn lector een blog bij te houden. Hieronder het resultaat daarvan.
zondag 8 december 2013
zondag 1 december 2013
Wat de stage mij leerde.
Het is weer zo ver, de eerste stageperiode is achter de rug. En ik ondervind weer hetzelfde als vorig jaar: In twee weken stage leer je 10 keer zoveel als in 2 maanden les.
Je leert enorm veel: bewust én onbewust (kleine handelingen, aanvoelen van kinderen enzv). Het is daarom toch belangrijk om even terug te blikken en te kijken wàt heb ik nu geleerd en hoe kan dit mij verder helpen. Ik doe dit even voor WO.
Ik vertelde eerder dat ik problemen had met concreet werken en multidisciplinair werken. Hier heb ik dan ook werkpunten van gemaakt.
Om te beginnen had ik een thema waarin het voor de hand lag dat je concreet zou werken: het weer en de herfst. ideaal toch? Ik ben dan ook met de kinderen naar buiten gegaan om te voelen hoe dat dat nu eigenlijk zat met het weer in de herfst. En niet 1 keer, maar 2 keer. Concreet werken is dus niet enkel materiaal, of rollenspelen maar ook gewoon ervaringen laten opdoen. De kinderen zijn meteen mee, het blijft langer hangen én er wordt een enorme hoeveelheid enthousiasme opgewekt. Dat lijkt me een geslaagde les?
Natuurlijk had ik ook ander materiaal: een grote thermometer, insecten, herfstbladeren, .... Alles wat in me opkwam had ik bij.
Concreet werken vond ik dus zeer geslaagd, en ik vind van mezelf dat ik hier ook in ben gegroeid.
Multidisciplinair werken was een moeilijker werkpunt. Ook omdat ik een handleiding moest volgen van mijn mentor. Uiteindelijk bleek een hoekenwerk de ideale manier om dit te verwezenlijken. Ik had verschillende hoeken, waar ze op verschillende manieren rond de herfst konden werken. Jammer genoeg was er weinig tijd, en hebben de kinderen weinig tijd gehad om te 'ervaren'. Een hoekenwerk is dus een goede manier om multidisciplinair te werken (dit bleek ook al in de lessen over 'het toilet') maar je moet voldoende tijd hebben om de kinderen alle kansen te bieden, om werkelijk alles uit het werk te kunnen halen.
Ook had ik tijdens dit hoekenwerk graag wat geëvalueerd. Want doordat er veel verschillende werkvormen werden toegepast kon elk kind wel ergens schitteren. Dat vind ik een positieve manier van evalueren: kijken naar de betrokkenheid en de talenten van élk kind.
Nog een belangrijk ding dat ik leerde is: herhaling. ik zat in een taalzwakke klas (geen enkele leerling sprak thuis Nederlands) wat de dingen wel wat vermoeilijkte. Deze kinderen hadden extra nood aan herhaling (bv. de woordenschat: wat is een thermometer?) en dat lukte op het einde ook heel goed: iets uitleggen, de kinderen laten verwoorden, nog eens herhalen en dan nog eens door een zwakke leerling laten verwoorden. Zo doen wij dat.
Een lang blogbericht, dit kon ook niet anders want je leert echt enorm veel als je in de praktijk staat.
Abonneren op:
Posts (Atom)